Hoe kwamen we hier ook alweer op? Oh ja, het
ging over mijn vader die dacht mijn toekomst te mogen bepalen. Als het erop aankomt is het zijn goed recht
zou je zeggen, toch? Het was tenslotte zijn eigen sperma dat hij verschoot om
mij te doen verschijnen van tussen de dijen van zijn vrouw. Ik was zijn greep
op zijn toekomst die hem ontvlood, zoals dat bij ieder van ons het geval is. In
het Oude Testament geeft de god van Israël aan mannen een nageslacht. Hoe meer
kinderen en kleinkinderen en uiteindelijk nakomelingen een man had, hoe meer
daaruit bleek dat zijn god hem zegende. Jammer voor u als vrouw, maar vrouwen hadden
de bijrol dat zij mannen hun kinderen schonken, liefst zonen. Die god zat er
ook helemaal niet mee om de misdaden van vaders te wreken op hun zonen. Als u
hier terug blijft komen, zal ik u in dit verband nog een paar fantastische
verhalen vertellen over een koning en een koningin uit het Oude Testament,
verhalen die je daar vinden kunt, maar gedeeltelijk ook niet. Ze worden bewaard
in de geheime archieven van het Vaticaan. Nee, niet nu, alles op zijn tijd.
Mijn honger naar vaderlijke erkenning voor mijn zelfgekozen levensweg was duidelijk een
uiting van individualisme en wat is individualisme anders dan westerse
verwarring? Mensen leven in familieverbanden sinds zij op de Afrikaanse Savannes verschenen, ze doen dat in veel culturen nog steeds. Meen ik dat ik voor mezelf leef? Wie heeft mij gewrocht dan? Juist.
Waar haal ik dan de hoogmoed vandaan mezelf te willen zijn en erkend te willen
worden en mij te willen ontplooien? Waarom wil ik als een kalf of een zwanenjuveniel zijn? Zelfvernietiging is het. Sorry, ik zou een mooi
verhaal vertellen.
Het lijkt me duidelijk: ik voelde me die dag gekwetst. Mijn vader had weer een van zijn zelfbevredigende preken
afgestoken. Ik vroeg hem of hij eigenlijk wel wist wat ik geloofde, dacht en voelde? Dat interesseerde hem geen zier, zei
hij. Punt. Dat was dat. Daar kon ik het mee doen. Ik was er tot in het diepst
van mijn wezen gekrenkt over. Hoe oud ik toen was? Eh ja, een jaar of veertig
of zo? Zoiets denk ik ja. Een volwassen man dus, dat hebt u scherp gezien. Maar
ja, bent u al kind-af ten overstaan van uw ouders? Daar heb je die gekke
menselijke gewoonte weer. We blijven kind zolang onze ouders leven. In al mijn boosheid en gekwetstheid als het kleine jongetje
dat ik nog was, liep ik achter ons huis doelloos een eind de ruimte in over een
zandpad met aan de ene kant een maïsveld en aan de andere kant een sloot.
Soms komen er in 'Memoires' elementen voor die ik overduidelijk heb ontleend aan belevingswerelden waarmee ik vertrouwd was of ben. Toch is dit absoluut een fictief verhaal.
Kort proza en poëzie over mijn gedachtewereld, observaties, ervaringen, waarneming, filosofie, levensbeschouwing, wereldbeeld, lichaam en zingeving. Verder nog over hoe ik aanwezig ben en toch afwezig, hoe ik aan meditatie doe, hoe ik contact met de concrete werkelijkheid onderhoud, hoe ik heb en ben, weet en vergeet.
Leuk als meer mensen deze blog lezen
DEEL deze BLOG a.u.b. op FACEBOOK of TWITTER.
Bedankt voor het lezen (en delen).
zondag
zaterdag
Weten en wegkijken
Muur in Manila verdoezelt
armoede
UIT TROUW REDACTIE ECONOMIE − 05/05/12, 00:00 Een tijdelijke muur die een sloppenwijk aan het zicht onttrekt heeft beroering veroorzaakt in de Filippijnse hoofdstad Manila. Daar zijn vertegenwoordigers van 67 landen bijeen voor een vergadering van de Aziatische Ontwikkelingsbank (ADB).
De instelling heeft als hoofddoel armoedebestrijding; des te pikanter dat de vergaderaars kennelijk geen blik is gegund op de bittere Filippijnse werkelijkheid, vinden critici. Ongeveer een op de drie inwoners van Manila woont in een sloppenwijk.
De omstreden muur staat langs de weg van het vliegveld naar het centrum van Manila.
- - -
Tot zover mijn citaat uit de krant van
vandaag.
Mijn commentaar:
Sommig geloof is oncologeen
en asensorisch.
Met oncologeen
bedoel ik kwaadaardig en woekerend als kanker. Kwaadaardig omdat het slachtoffers
eist. Woekerend omdat het doorgaat terwijl het al het andere om zich heen opvreet.
Onder asensorisch versta ik dat het ongevoelig is voor signalen van buitenaf.
Het tijdperk waarin
wij leven, wordt beheerst door asensorisch oncologeen geloof in economische wetten.
De muur van Manila is hiervan wel een bijna onvoorstelbaar cynische illustratie.
De geestelijken van dit
geloof zijn economen, financiële experts en andere geldwichelaars die hun
profetieën verkondigen in praat- en achtergrondprogramma’s op tv, op
opiniepagina’s in kranten en binnen de muren van universiteiten.
Je kunt nog zo’n
witte boord met nog zo’n trendy stropdas aandoen en nog zulke ingewikkelde kul
verkopen en jezelf en je ‘kerk’ zo doende mystificeren, geen enkel geloof of
zelfs maar een enkel argument rechtvaardigt dat mensen verkommeren of creperen terwijl
er voldoende op aarde is voor een menswaardig leven voor iedereen.
Iedereen weet dat
ten diepste.
En dus kijken we
weg.
Memoires van een thuisloze (12)
Vroeger wilde ik liever geen vriendjes thuis over de vloer
hebben. Hij kon zo raar doen. Op een keer was ik met mijn beste vriend bij ons
achter in de tuin een grote metalen bak aan het inrichten als sloot. We hadden
stekelbaarsjes gevangen en we wilden graag dat ze zich thuis zouden voelen.
Ineens kwam mijn vader naar buiten met uitpuilende ogen en gespreide armen en met
het volume van een dorpsomroeper declameerde hij de bijbelse woorden van Jezus laat de kinderkens tot mij komen en
verhindert ze niet, als een soort van relihumor, vermoed ik. Als kind in het
bijzijn van je vrienden word je er in elk geval niet blij van. Ik schaamde me
dood.
Mijn vader had voor mij een toekomst uitgestippeld ‘gelijk die van den apostel Paulus, verkondigende het Woord des Heeren’. Hij zag het al helemaal voor zich dat ik het evangelie zou gaan brengen naar de laatste onontdekte stammen in de oerwouden van Latijns-Amerika of dat ik ooit vrijmoedig midden op de Sodom-en-Gomorra-achtige Amsterdamse Wallen drugsverslaafden en hoerenlopers zou oproepen tot bekering. Ik kreeg van hem een boekje cadeau; het ging over ene dominee Wurmbrand die in de Sovjet-Unie was gemarteld om Christus’ wil. Dat was voor mijn vader het enige en ware heldendom. Hoon en gevaar voor eigen leven vanwege mijn inzet voor het Koninkrijk des Heeren zouden voor mij een heroïsche status moeten opbouwen. Hij zou uiteindelijk duizend maal duizendmaal trotser op mij zijn geweest als ik zou zijn gecrepeerd aan een kruis, erop gespijkerd door christenhaters, dan hij feitelijk was met de geloofsafvallige die hier tegenover u staat.
Ik ben het met u eens dat een vergelijking met verblinde moslims die hun kinderen laten behangen met bommen om zich ermee op een marktplein tot ontploffing te brengen gemakkelijk te maken is. In allebei zit een principe van zelfopoffering voor de godheid en het eraan gekoppelde heldendom van de martelarenstatus. U wilt daar nog even op doorgaan? Nou, als u het mij vraagt, zijn er ook belangrijke verschillen aan te wijzen. Ja, inderdaad, je laten kruisigen levert maar één dode op. En evangeliserende christenen gaan de straat niet op om dood en verderf te zaaien, dat is ook waar. Ze zijn er net als ontploffende moslims van overtuigd dat ongelovigen de hel verdienen, alleen verwachten ze de executie van het vonnis van Jezus, op de dag dat hij komen zal om over de levenden en de doden te oordelen. Zo staat het trouwens ook in de koran hoor, mensen kunnen met een gerust hart het beulswerk aan Allah overlaten, hij is daar net zo vindingrijk en pervers in als zijn christelijke collega. Van de andere kant.., er zijn ook maar zat christenen geweest die niet konden wachten tot taferelen zoals je die ziet op schilderijen van Hans van Memling of Jeroen Bosch werkelijkheid zullen worden. Ze hielpen net als moslimterroristen alvast medemensen om zeep op beschuldiging van ongelovigheid of ketterij of gewoon omdat het heidenen waren, dat was al reden genoeg. Ach, mevrouw, u kunt mij beter afstoppen als ik eenmaal op dit spoor zit.
Soms komen er in 'Memoires' elementen voor die ik overduidelijk heb ontleend aan belevingswerelden waarmee ik vertrouwd was of ben. Toch is dit absoluut een fictief verhaal.
Mijn vader had voor mij een toekomst uitgestippeld ‘gelijk die van den apostel Paulus, verkondigende het Woord des Heeren’. Hij zag het al helemaal voor zich dat ik het evangelie zou gaan brengen naar de laatste onontdekte stammen in de oerwouden van Latijns-Amerika of dat ik ooit vrijmoedig midden op de Sodom-en-Gomorra-achtige Amsterdamse Wallen drugsverslaafden en hoerenlopers zou oproepen tot bekering. Ik kreeg van hem een boekje cadeau; het ging over ene dominee Wurmbrand die in de Sovjet-Unie was gemarteld om Christus’ wil. Dat was voor mijn vader het enige en ware heldendom. Hoon en gevaar voor eigen leven vanwege mijn inzet voor het Koninkrijk des Heeren zouden voor mij een heroïsche status moeten opbouwen. Hij zou uiteindelijk duizend maal duizendmaal trotser op mij zijn geweest als ik zou zijn gecrepeerd aan een kruis, erop gespijkerd door christenhaters, dan hij feitelijk was met de geloofsafvallige die hier tegenover u staat.
Ik ben het met u eens dat een vergelijking met verblinde moslims die hun kinderen laten behangen met bommen om zich ermee op een marktplein tot ontploffing te brengen gemakkelijk te maken is. In allebei zit een principe van zelfopoffering voor de godheid en het eraan gekoppelde heldendom van de martelarenstatus. U wilt daar nog even op doorgaan? Nou, als u het mij vraagt, zijn er ook belangrijke verschillen aan te wijzen. Ja, inderdaad, je laten kruisigen levert maar één dode op. En evangeliserende christenen gaan de straat niet op om dood en verderf te zaaien, dat is ook waar. Ze zijn er net als ontploffende moslims van overtuigd dat ongelovigen de hel verdienen, alleen verwachten ze de executie van het vonnis van Jezus, op de dag dat hij komen zal om over de levenden en de doden te oordelen. Zo staat het trouwens ook in de koran hoor, mensen kunnen met een gerust hart het beulswerk aan Allah overlaten, hij is daar net zo vindingrijk en pervers in als zijn christelijke collega. Van de andere kant.., er zijn ook maar zat christenen geweest die niet konden wachten tot taferelen zoals je die ziet op schilderijen van Hans van Memling of Jeroen Bosch werkelijkheid zullen worden. Ze hielpen net als moslimterroristen alvast medemensen om zeep op beschuldiging van ongelovigheid of ketterij of gewoon omdat het heidenen waren, dat was al reden genoeg. Ach, mevrouw, u kunt mij beter afstoppen als ik eenmaal op dit spoor zit.
![]() |
| Hans van Memling - Het laatste oordeel (1467-71) Bron: http://www.statenvertaling.net/kunst/grootbeeld/309.html |
Soms komen er in 'Memoires' elementen voor die ik overduidelijk heb ontleend aan belevingswerelden waarmee ik vertrouwd was of ben. Toch is dit absoluut een fictief verhaal.
donderdag
Memoires van een thuisloze (11)
Gisteren
zei ik u dat ik een verhaal wilde vertellen over een kind dat ik vond.
Het gaat over een ontmoeting in de polder achter het huis waar mijn vrouw en ik woonden, een ontmoeting met een meisje. Ik heb het al wel eens eerder aan
mensen verteld. Toen ik meer dan eens reacties kreeg in de trant van ‘gadver,
zo’n vreemde vent met zo’n klein meisje’ ben ik ermee gestopt om het te
vertellen. Nu het in de krant komt, vertel ik het graag nog een keer. Al is het
maar om naast al die recente gruwelverhalen over misbruik een mooi verhaal over
een man en een meisje neer te zetten. Want dat is het werkelijk, het is een
wondermooi verhaal. Het heeft de scheerlijnen van mijn tent doorgeknipt. Dat ik
uiteindelijk hier ben komen wonen, daartoe was dit verhaal de eerste aanzet. Op
de dag dat het me overkwam, was ik, ja, hoe zeg ik het zo dat het benadert wat
ik voelde? Alles in mij kolkte van haat en verdriet en zelfmedelijden. De
duivel had mij met al zijn misleidingen stevig in zijn greep. Ik voelde me afgewezen
en miskend, alleen en onbegrepen. Ik vervaalde door de lege avonden op de bank
naast mijn vrouw en er was weer iets voorgevallen tussen mijn vader en mij. Wat
een gedoe is dat toch tussen mensenkinderen en mensenouders. Het lijkt me sterk
dat er ook dieren zijn die daar zo moeilijk over doen. Een koe kalft, het kalf graast
al snel met de kudde mee en voor je er erg in hebt, weten moeder en dochter
niet meer wat ze met elkaar te maken hebben gehad terwijl de stier-kalfrelatie
al gesmoord werd in de zaaduitstorting. Of zwanen, dat zijn toch trouwe vogels.
Na een jaar jagen ze hun jongen weg. Opzouten,
wij gaan een nieuw gezinnetje stichten met nieuwe kuikens. Nou, en dan
vertrekt zo’n juveniel. En ik, mensenkind dat ik ben? Ik heb altijd erkenning gewild van mijn pa, dat ie
trots op me was, of me toch minstens zou nemen zoals ik ben en dat soort onzin.
Waarom zou ie dat moeten doen? Kansloos was het in elk geval. Mijn diagnose is
dat hij aan godsdienstwaanzin leed.
Soms komen er in 'Memoires' elementen voor die ik overduidelijk heb ontleend aan belevingswerelden waarmee ik vertrouwd was of ben. Toch is dit absoluut een fictief verhaal.
Soms komen er in 'Memoires' elementen voor die ik overduidelijk heb ontleend aan belevingswerelden waarmee ik vertrouwd was of ben. Toch is dit absoluut een fictief verhaal.
woensdag
Memoires van een thuisloze (10)
Maar goed, u was nieuwsgierig naar mijn financiën. Zij
verdiende een vet salaris, twee keer zoveel als ik en ik verdiende ook niet
slecht als kapitein op een binnenvaarttanker. Ja, u zou gelijk kunnen hebben, dan
ben je vaak van huis dus dan hadden we geen gelegenheid om ruzie te maken, maar
dan moet u weten dat ik week op week af voer, dus ik was telkens een hele week
weg en dan weer een hele week thuis. Zesentwintig weken per jaar fulltime
beschikbaar voor de sehnsucht van het rondwoelen in die ander omdat je daar
begeert te vinden wat in jezelf ontbreekt. Nou ja, niet fulltime, daar heeft u
een punt, maar ik bedoel maar: bij wijze van spreken, begrijpt u? Nergens
ervaar je afstand scherper dan aan de kloof van het verlangen naar die ene
persoon die er voor jou toe doet. Het is niet voor niets dat ik op een plein
leef, daar zijn de afstanden groter. De overkant is verder weg dan in een
straat. Ze kwam hier laatst een keer naar toe. In haar ogen las ik het
aanhoudende afscheid. Altijd verlang ik naar haar. Ik zou willen dat ze nooit
meer kwam, maar dat zei ik haar niet. Ze is nu met een voormalige collega van
mij, een lul van een vent. Maar zie: hij praat met haar over al die dingen waarover
ik niets te zeggen had. Wassen, koken, eten, stofzuigen, werken, de kost
verdienen, ramen zemen, op visite gaan: het zijn dingen die moeten gebeuren,
punt. Zo is een huis bedoeld om in te wonen, een auto om mee te rijden, geen
van allen zijn het onderwerpen voor een gesprek met mij, wat een ander heeft of
heeft gedaan al helemaal niet.
Ik noem mezelf thuisloos terwijl ik toch een flat bewoon en u wilt weten hoe dat nu precies zit? Het antwoord daarop is eenvoudig. Ik woon op de markt, ik heb onderdak in mijn flat, maar thuis ben ik nergens in deze wereld. Als ik al een thuis heb dan is het een spookhuis, een schim van alle zin, trillend als een luchtspiegeling, ver, mijlenver van de voorkant van mijn bewustzijn dat nu met u spreekt. Thuisloos ben ik, omdat ik nergens pelgrims vind die met mij op weg lijken naar dit spookhuis, deze schim. Alleen tussen niemand en niets word ik in weerwil van mezelf en mijn drift – vergeef mij de scheepvaartterm – geleefd door tragiek. Ik ga niet, ik moet gaan. Lekkere koffie trouwens, fijn dat u die meegebracht heeft.
De memoires van een thuisloze vormen een doorlopend verhaal. Het is opgebouwd uit gloednieuwe teksten en vernieuwde versies van teksten die ik al eerder voor een beperkte kring van lezers publiceerde. Ik breng op deze plaats met onregelmatige tussenpozen stukjes van deze vertelling - in afwijking van de andere teksten in deze blog - zonder foto's.
Ik noem mezelf thuisloos terwijl ik toch een flat bewoon en u wilt weten hoe dat nu precies zit? Het antwoord daarop is eenvoudig. Ik woon op de markt, ik heb onderdak in mijn flat, maar thuis ben ik nergens in deze wereld. Als ik al een thuis heb dan is het een spookhuis, een schim van alle zin, trillend als een luchtspiegeling, ver, mijlenver van de voorkant van mijn bewustzijn dat nu met u spreekt. Thuisloos ben ik, omdat ik nergens pelgrims vind die met mij op weg lijken naar dit spookhuis, deze schim. Alleen tussen niemand en niets word ik in weerwil van mezelf en mijn drift – vergeef mij de scheepvaartterm – geleefd door tragiek. Ik ga niet, ik moet gaan. Lekkere koffie trouwens, fijn dat u die meegebracht heeft.
De memoires van een thuisloze vormen een doorlopend verhaal. Het is opgebouwd uit gloednieuwe teksten en vernieuwde versies van teksten die ik al eerder voor een beperkte kring van lezers publiceerde. Ik breng op deze plaats met onregelmatige tussenpozen stukjes van deze vertelling - in afwijking van de andere teksten in deze blog - zonder foto's.
maandag
Memoires van een thuisloze (9)
Er wordt weleens beweerd
dat mannenhersenen afdalen in hun ballen van zodra ze een aantrekkelijke vrouw
in het vizier krijgen, wel daar zit misschien best wat in. Maar vlakt u dan de
vacuümwerking van uw baarmoeder ook even niet uit. Het woord ‘redelijkheid’
vervluchtigt als de schaduw van een wolkje op kokend zand vanaf het moment zelf
dat een vrouw de zuigeling van een seksegenoot tegen haar buik heeft mogen
houden. Tuurlijk, anticonceptie heeft voortplantingsmechanismen het voorkomen
gegeven van de vrijheid om al dan niet een kind te nemen. Niets is
bedrieglijker. Lustige donkerte is de bakermat van elk seksueel organisme. Als
een man zijn vrouw bekent, zoals de Statenbijbel dat zo mooi uitdrukte, dan
geven man en vrouw zichzelf weg, dat is onomkeerbaar. Oh nee, ze geven zich
niet aan elkaar, ze besteden zich uit aan de toekomst, naar hun voortbestaan in
wat zij zelf niet langer zijn. Ik ben mijn voorouder uit het jaar duizend en ik
ben het niet. Dichterbij de buitenkant van zichzelf kan een mens niet geraken dan
in het reiken naar zijn vlees en bloed buiten zijn eigen lichaam. Diezelfde levensdrift
kolkte uiteraard ook in mij, maar ik had een Überich als een bilboard met
daarop de schreeuwerige boodschap ‘DNA-streng afsnijden!’ Het was mooi geweest,
genoeg verwijderd bestaan, genoeg zoeken naar een gat in de heg van het paradijs,
genoeg ontgoocheling tussen de generaties al sinds Adam en Eva. U begrijpt, dat
matchte niet zo best met de kinderwens van mijn vrouw. Toch, de tijd breekt aan
dat je uitgeruzied bent. Het zwaarste argument is op het laatst zo vaak te
berde gebracht dat het een cliché geworden is. Ja, dat weten we nu zo langzamerhand wel, verzucht de een of de
ander zonder zich nog op te winden. Je ziel is verdroogd, alle tranen eruit gebloed.
Jouw lichaam en het hare vinden elkaar af en toe nog in het echtelijk bed, soms
zelfs in het donker, kolkend bloed verandert in periodieke behoefte aan
bevrediging. Dofheid, mevrouw, dofheid die aanhoudt tot aan die eerste scheut
van afkeer. Maar nee, dat kan niet, ze is je vrouw, hij is je man. De tv
entertaint jullie gezamenlijke debacle uit jullie hier en nu naar een vage achtergrond
ergens achter de bank waarop je poseert. Je
huwelijk is niet mislukt, welnee. Maar dat is het wel en samen ga je naar
een relatietherapeut en laten we ons nog
een kans geven, al die jaren samen, weet je. Op een dag heb ik gezegd dat
ik het geklungel zat was. Ik wilde scheiden en zij wilde dat als het erop aankwam
ook, al sputterde ze eerst nog tegen. Het valt niet mee om toe te geven dat de
afgelopen eenendertig jaar niet zullen uitlopen op veilig voor elkaar zorgen op
je oude dag, want ja, kinderen waren er niet. Dat heeft ze me nooit vergeven.
De memoires van een thuisloze vormen een doorlopend verhaal. Het is opgebouwd uit gloednieuwe teksten en vernieuwde versies van teksten die ik al eerder voor een beperkte kring van lezers publiceerde. Ik breng op deze plaats met onregelmatige tussenpozen stukjes van deze vertelling - in afwijking van de andere teksten in deze blog - zonder foto's.
De memoires van een thuisloze vormen een doorlopend verhaal. Het is opgebouwd uit gloednieuwe teksten en vernieuwde versies van teksten die ik al eerder voor een beperkte kring van lezers publiceerde. Ik breng op deze plaats met onregelmatige tussenpozen stukjes van deze vertelling - in afwijking van de andere teksten in deze blog - zonder foto's.
zondag
Memoires van een thuisloze (8)
De hele
dag door wordt u bestookt met koopsuggesties . Uw
geld moet uit uw portemonnee, want dat maakt u afhankelijker. Ik heb geen tv,
word minder intensief geïndoctrineerd. Niet
dat ik aan reclame ontkom, het is alomtegenwoordig: langs de weg, op internet,
op draagtasjes die nonchalant aan handen van winkelende mensen bungelen, zelfs
als ik in het café ga plassen, sta ik oog in oog met reclames. In de tijd dat
mijn blaas zich in mijn onderlijf ontspant, loop ik langs de bovenkant vol met afbeeldingen
van dingen die ik nodig schijn te hebben: van vakanties tot deodorant, van
radiozenders tot smartphones. Mijn vrouw keek wel tv en dan vond ze het zo
gezellig als ik meekeek. Mevrouw, al die avonden dat we samen… ik bedoel naast
elkaar op de bank zaten, te staren naar de zinledige inhoud van andermans hoofd.
Schei toch uit: om de tijd tussen de reclames op te vullen waren er leeg gelul,
gebral, betweterige interviewers en altijd dat zuigen, dat graven naar het
negatieve. En dan de obsessie met wie de eerste of de laatste is, de beste of
de slechtste in dansen, in kunstschaatsen, in het hebben van kunst in plaats
van kitsch, in kleren showen, in zingen, in feitjes weten, in beantwoorden van vragen over de
meest stompzinnige onderwerpen, in puzzelen met woorden, in schoppen tegen een bal, in fietsen door Italië, Frankrijk, Spanje… pfff, nee, niet mijn
kopje thee. Wat is het huwelijk anders dan tv kijken en ondertussen wurgend
langzaam tot de ontdekking komen dat je in een vergissing beland bent en van de
weeromstuit de andere kant op kijken in chronische ontkenning? We maakten niet eens ruzie,
voor ruzie is het nodig dat je iets deelt met elkaar. Oh, jawel, in het begin
wel, toen maakten we hartstochtelijk ruzie. We zogen elkaar leeg, niet alleen vloekend,
scheldend, jankend, krijsend, maar ook smachtend, geilend, verdrinkend, gefixeerd
op elkaar, onszelf vergetend. Op één ding na, zij vergat niet dat ze zich voort
wilde planten.
De memoires van een thuisloze vormen een doorlopend verhaal. Het is opgebouwd uit gloednieuwe teksten en vernieuwde versies van teksten die ik al eerder voor een beperkte kring van lezers publiceerde. Ik breng op deze plaats met onregelmatige tussenpozen stukjes van deze vertelling - in afwijking van de andere teksten in deze blog - zonder foto's.
De memoires van een thuisloze vormen een doorlopend verhaal. Het is opgebouwd uit gloednieuwe teksten en vernieuwde versies van teksten die ik al eerder voor een beperkte kring van lezers publiceerde. Ik breng op deze plaats met onregelmatige tussenpozen stukjes van deze vertelling - in afwijking van de andere teksten in deze blog - zonder foto's.
Abonneren op:
Posts (Atom)

