Leuk als meer mensen deze blog lezen

DEEL deze BLOG a.u.b. op FACEBOOK of TWITTER.
Bedankt voor het lezen (en delen).

donderdag

Terug


't Lokaal Verhaal vertelt zich buiten deze blog om, zodat het er al maandenlang niet van komt om te schrijven. Nu mijn verhaal zich acht dagen lang in Barcelona en omgeving afspeelt, jeuken mijn vingers om te switchen van het lokale naar het internationale.

We logeren pal naast de kathedraal (nee, niet de basiliek van Gaudí, die überbekende) in de gotische wijk, waar op kleine binnenpleintjes mensen muziek maken op instrumenten uit alle windstreken van de aarde. Als 't Lokaal Verhaal over een aantal jaren een begrip geworden is, ga ik een bus vol straatmuzikanten naar de Brabantse Wal halen voor een heus weekendje BergaLona. Het Avé Maria van Schubert zal op de binnenplaats van het Markiezenhof vast ook fantastisch klinken en het werk van Picasso lijkt me een effectieve plumeau om het stoffige imago waar datzelfde hof mee bedekt schijnt te zijn eens en voorgoed mee weg te wapperen. En wat dacht je van andersom: EBSJO Brandaris, The Vision of Johanna en het Kanakenkoor in  de Barri Gòtic van Barcelona?

Toekomstmuziek daargelaten, gisteren reisden Helma en ik naar ons verleden. We huurden een Lancia en toerden op de aanwijzingen van de mevrouw in mijn smartphone naar Lloret de Mar, waar we 31 jaar geleden elkaar voor het eerst de gouden ring aan elkaars vinger schoven. Alles liep voorspoedig. Ach, de rots waar we het glas hieven, was waarschijnlijk niet dezelfde als die van toen, maar wat boeit het? We keken elkaar in de ogen. De zon straalde en de zee was van blauwgroen glas, een lachende spiegel ver beneden onze voeten die na al die jaren nog steeds met z'n vieren zijn. Zoiets gaat niet vanzelf en we beloofden elkaar het een en ander. Eén belofte wil ik hier wel met u delen: Helma gaat haar te klein geworden ring laten oprekken. Er passeerde een jong stelletje. Hij met ontbloot, roodverbrand bovenlijf onder een roodbekuifd hoofd, zij in een schattig jurkje en een witte bloes. Het zou toch leuk zijn, vertelden we elkaar, als deze jonge mensen ook over 31 jaar deze plek weer op zouden zoeken. Een estafette van engagement tussen mensen die elkaar trouw beloven. Helma en ik, wij verloofden er opnieuw.

Hoe langer we in Lloret waren, hoe duidelijker Helma beelden zag van waar we destijds logeerden. We gingen op zoek en vonden hotel 'La Palmera'. Helaas had de verschraalde heer achter de receptie weinig gevoel voor romantiek. Of misschien was zijn Engels te gebrekkig en begreep hij niet precies waarom het ging. Ja, 31 jaar geleden, dat was wel een lange tijd. Ja, het hotel bestond toen al, het bestaat al 100 jaar! Het was inmiddels ook verbouwd; de ingang was destijds aan de huidige achterkant. We liepen er nog eens omheen en we besloten dat dit het geweest was. Punt.

Het was stil in Lloret. De Nederlandse Oh Oh Cherso hordes bestormen deze contreien alleen maar in het hoogseizoen. We dwaalden nog wat door de straatjes en herkenden verder niets. En ineens lag Helma voor mijn voeten. Ik hoorde mezelf 'Helma!' schreeuwen. In een fractie van een seconde voelde ik alle liefde van 31 jaar en de angst voor het onvermijdelijke einde in de schrik van haar plotselinge val. Ze struikelde niet. Ze lag daar ineens op haar zij op de stoep. Al snel krabbelde ze weer overeind, brabbelend dat er een tegel los lag. Op haar elleboog verscheen een blauwe bult, haar broek was besmeurd. De schade valt mee. Vandaag is de bult verdwenen en het blauw heeft zich over een breder oppervlak verspreid.

We aten nog wat tapas aan de Middellandse Zee en gingen op weg naar Parc Güell. We hadden nu toch een auto, was onze redenering en te voet is het zo'n steile klim. Terwijl ik verkeerslicht na verkeerslicht bewees dat mijn hellingtrekproef er nog goed in zat, meldde de smartphone dat de accu bijna leeg was. Oei! Barcelona in een vreemde auto terwijl het over een uur donker zou gaan worden. We skipten het park op de berg, maar helaas, de GPS-mevrouw schortte haar diensten op tot na een verbinding met een stopcontact. We wisten met een plattegrond en borden die vertelden in welke richting het Placa de Catalunya lag in de buurt van het hotel te komen. We stopten op het enige vrije plaatsje van de hele stad om eerst eens rustig de kaart te bestuderen. Een magere man met donkere bril, met snor, gehesen in een uniform dat hij zo te zien had geleend van een veel dikkere collega popte up vanuit een ons onbekende schuilhoek. In het Spaans begon hij bars tegen ons te spreken. We zaten tenslotte in een auto met Spaans kenteken. Ik vertelde in het Engels dat we verdwaald waren en dat we even op de kaart wilden kijken.
     'No parking here! This is justicia!'
     Hm, tja, hij zei het wel op een toon die deed vermoeden dat na nog één weerwoord onmiddellijke in verzekeringstelling zou volgen. Dus zat er niets anders op dan weg te rijden en weer te worden voortgedreven door het drukke verkeer. Nog een geluk dat Catalanen zich in het verkeer niet Romeins gedragen. Werkelijk, ze rijden uiterst gedisciplineerd en hun claxon gebruiken ze amper. Het Placa de Catalunya hebben we zeker 15 keer vanuit het oosten, zuiden, westen en noorden voorbij zien schuiven. We hebben voor steeds opnieuw op rood springende lichten staan wachten op stromen van bij elkaar opgeteld wel 10.000 overstekende voetgangers. Er kwam een moment waarop ik letterlijk niet meer wist wat de voor- en wat de achterkant was. Dat Plein van Catalonië hadden we te voet al een aantal keren overgestoken. Van daaruit was het hotel gemakkelijk te vinden, dachten we. Autorijdend raakte ik toenemend gedesoriënteerd. Ik reed alleen nog maar apathisch met het verkeer mee. Helma zei:
     'Zal ik een taxi nemen? Dan kan die voor jou uit rijden naar het hotel.'
     Subliem idee!
     Ik stopte bij een rij wachtende taxi's. De ene na de andere chauffeur sprak geen Engels. Gelukkig trof ik na zes pogingen de spreekwoordelijke uitzondering op de inmiddels klaarblijkelijke regel.
     'Yes, it is hard to find by car. There is only one small road, the rest is pedestrian area'
     Ik legde hem ons plan voor.
     'No, no, I will tell you how to get there.'
     En dat deed ie. We vonden en herkenden het straatje waar we in moesten. Maar helaas. De rechter rijstrook van brede avenues is in Barcelona gereserveerd voor bussen en taxi's, die met hoge snelheid tussen ons en de zo verbeide toegangsweg naar het einde van ons avontuur door zoefden. En achter ons zwol de stroom van verkeer aan. We moesten voort, voort, voort. Na een laatste ronde om het Catalaanse plein werd ik na een anderhalf uur durende stressbestendigheidstest door de beheerder van de parkeergarage (ja, die hebben ze hier in plaats van een ticketautomaat) tegenover ons hotel via een veel te smalle en onmogelijk steile toegangsroute naar de rustplaats van onze huurauto gedirigeerd.

Dertig jaar huwelijk na dat ene jaar van engagement to marry. We verdwalen samen en vinden samen onze bestemming weer terug.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Reacties zijn welkom. Corresponderen over de inhoud van de berichten op deze blog doe ik niet.