Leuk als meer mensen deze blog lezen

DEEL deze BLOG a.u.b. op FACEBOOK of TWITTER.
Bedankt voor het lezen (en delen).

zaterdag

Maatpak te groot


Het winkeltje doet vanaf de buitenkant Engels aan, door een voor een winkel klein raam zie ik  dat een kleermaker met naald en garen aan het pak van een klant zit te prutsen, terwijl de klant er nog in zit. Bij het openen van de deur klingelt nostalgisch een belletje. Ik stel mij op, typisch een wachtende klant. De kleermaker praat murmelend met de inhoud van zijn maatwerk, ik kan het gesprek niet volgen. Er is geen koopwaar uitgestald. Ik schat dat het goedkoopste pak hier 2000 euro kost. Eigenlijk zou ik rechtsomkeert moeten maken. Helaas, dat kan ik nooit. Ik wil de achting en de dienstbaarheid in de ogen en de houding van de neringdoenden waarnemen. Ze zitten ernaast met hun onderdanigheid, ik kan het niet betalen. Maar het is zo leuk en soms word ik het slachtoffer van mijn eigen theater. Op dit soort momenten besef ik ten volle dat ik nooit vermogend zal worden. Achter mij hoor ik volslagen onverwacht een stem. Ik draai me met een ruk om. Een man van een jaar of dertig met stug uitziend haar – waarschijnlijk doordat hij het strak naar voren heeft gekamd, maar niet plat op zijn hoofd, meer zoals de stekels van een stekelvarken – zit in een armstoel en kijkt mij niet aan. Ik realiseer me dat hij me een vraag stelde.
            ‘Pardon’?
Zonder zijn houding te veranderen, zonder ook maar de geringste moeite te doen om zijn  blik te richten op de man tegen wie hij spreekt, stelt hij mij dezelfde vraag. Ik weet dat het dezelfde vraag is, doordat ie de eerste keer al bij me binnenkwam, alleen drong ie toen niet tot me door.
            ‘Is uw vader een merel?’
Het is een absurde vraag, des te gekker is het dat ik mezelf  kalm en zonder ook maar een spoortje van verbazing hoor antwoorden.
            ‘Nee, maar hij was wel zanger, hij was bariton.’
            De wekker knettert en scheurt me sleurend aan het dons van mijn ziel vanuit de ene een andere wereld in. Ik weet dat het vrijdag is. Ik weet dat ik in bed lig. Ik weet dat ik op moet staan. Ik weet dat ik de neiging heb boven mijn bankrekening te leven. Ik zucht. Ik weet dat ik gisteren een andere auto heb gekocht. Ik stap uit bed en raap mijn confectiegoedje bij elkaar. Ik schuif het gordijn open en daar staat ie. Potverdorie, wat een vette bak. Met een klein sprongetje draai ik me om. Even later spoelt het warme water van de douche mijn morgen weer schoon. Vals als een kraai zing ik een liedje.

woensdag

Urenlange minuten


Terwijl al rijdend de afstand
slonk, zwol de klemmende band
om mijn maag en die om mijn hoofd.
Geplet werd ik, van ruimte beroofd.

Met de tijd die verstreek,
haar wangen bleek, zo bleek,
kneep ik mijn knokkels wit om het stuur.
Mijn wereld verging in dat uur.

dinsdag

Sorry Toon



Ik heb niemand nodig
stil en oprecht;
geef mij maar iemand levensecht.

Die te pas en ongelegen
sprankelende dingen tegen me zegt.

Iemand die met me jankt,
met me lacht, met me praat,
Dat is mijn maat.

zondag

Ik en Nietzsche (52, slot)


14.08.10

Poëtisch nawoord

Woorden
draaien
wervelen
kolken eromheen.
Ze stijgen, soms te ver,
tot boven de pit van de pruim.
Het zijn onze stenen,
het zijn onze sporen
sedert ons allereerste woord.
Niemand is er 
die nog weet
hoe dat werd gesproken,
noch waar,
noch waar het over ging.
Zo eeuwig als de bergen,
zo plotseling als het flitsen
van een herinnering.
Een ijsberende professor
zet ons het zuivere verstand
van Kant uiteen.
Het kan nog gortdroger,
neem Heidegger of Hegel.
Meegaan, meegaan,
volgen hun ideeën.
Er komt een dag
waarop er eentje door het gaatje valt,
een knikker in het knikkerspel.
Ting, ting, ting, het trapje naar beneden,
terwijl ik kijk naar een besneeuwde top,
terwijl ik pijn heb in mijn kuit,
terwijl ik diarree heb
op weer een Zwitsers dorpstoilet.