Leuk als meer mensen deze blog lezen

DEEL deze BLOG a.u.b. op FACEBOOK of TWITTER.
Bedankt voor het lezen (en delen).

Posts tonen met het label poëzie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label poëzie. Alle posts tonen

zondag

Ik en Nietzsche (52, slot)


14.08.10

Poëtisch nawoord

Woorden
draaien
wervelen
kolken eromheen.
Ze stijgen, soms te ver,
tot boven de pit van de pruim.
Het zijn onze stenen,
het zijn onze sporen
sedert ons allereerste woord.
Niemand is er 
die nog weet
hoe dat werd gesproken,
noch waar,
noch waar het over ging.
Zo eeuwig als de bergen,
zo plotseling als het flitsen
van een herinnering.
Een ijsberende professor
zet ons het zuivere verstand
van Kant uiteen.
Het kan nog gortdroger,
neem Heidegger of Hegel.
Meegaan, meegaan,
volgen hun ideeën.
Er komt een dag
waarop er eentje door het gaatje valt,
een knikker in het knikkerspel.
Ting, ting, ting, het trapje naar beneden,
terwijl ik kijk naar een besneeuwde top,
terwijl ik pijn heb in mijn kuit,
terwijl ik diarree heb
op weer een Zwitsers dorpstoilet.

dinsdag

Reden om op te staan












Het rolluik rijst
de dag verschijnt als zonlicht
vers en vele malen
in elke druppel dauw een keer.

Meer straling dan ik hebben kan
welkom
over het straatbeeld
met achter bomen lange strepen.

De lente is begonnen
en Helma is jarig vandaag.

Zwaailicht

Tot voornamelijk mijn rechterooghoek
(het oog van de naar straat gerichte zijde van mijn hoofd)
dringt een vreemd geblikker van licht door,
terwijl ik achter mijn bureau e-mail zit te lezen.

Wat er gebeurt wanneer dit niet in mijn dagplanning opgenomen verschijnsel mij overkomt,
beleef ik helder – in stootsgewijze fases eigenlijk.

Eerst is er dat flitsen,
ik weet niet wat het is,
maar een altijd waakzaam zinverleningsapparaat in mijn gestel verbindt het verschijnsel zo goed als onmiddellijk met weerkaatsing van zonlicht vanaf een blinkend, zich verplaatsend voorwerp, waarschijnlijk een auto.

Het eerst nog wat verstrooide geblikker boort zich dieper in mijn aanwezigheid op deze plaats (maar afwezigheid van mijn fysieke omgeving, want ik ben in mijn e-mail).

Ik kan niet langer leven met de zin die in mij aan het aanvankelijk vage geblikker is gegeven.
Die zin (dat  het weerkaatsend zonlicht zou zijn) hielp me te negeren wat vanuit de andere wereld (mijn directe, fysieke omgeving) brutaal in mij binnentreedt, maar deze zin past niet langer doordat het flitsen te alomtegenwoordig wordt.

Ik moet nu kijken.
Gek is dat: die beslissing wordt voor mij genomen, net zoals de eerste zin zojuist voor mij werd verleend.

Ik zie een vuilniswagen met een zwaailicht op het dak. De cabine is groen, de laadruimte wit.
Opnieuw betekenis die er zonder merkbaar voorwerk in een nanoseconde zomaar is.

Vuilniswagen met zwaailicht verdwijnt om de hoek van de straat en uit mijn venster.

maandag

Twitter? 140 karakters = mij niet genoeg


Deze dagen voel ik mij
net als de meesjes.
Die aardige beestjes
laten vrolijker dan tevoren
hun pie-pie, pie-pie horen.

Of als de eksters
met takken in hun bekjes.
Zij ek-ek-ekkeren
uitbundiger hun lach,
dan op de grijze winterdag.

Uit mijn kleine notitieboekje

Dag waarde


Altijd gedacht dat weten meer is dan hebben,
omdat het genot van het hebben verschraalt
zodra de bevrediging van het verkrijgen
niet meer wordt gevoeld.

Helaas ben ik inmiddels
van wat ik heb geweten
veel vergeten.
De meerwaarde van kennis
heeft kennelijk ook een dagwaarde.

Hoe berooid is iemand dan
die zo rijk is dat hij
niet precies meer weet
wat hij bezit?

zondag

Godbetert, wat een betweterd

Waar mensen soms last hebben
van een ingegroeide teennagel,
heb ik te kampen met een
uitgegroeid geheven vingertje.

Waar dan?

Als ik niet hier ben, waar ben ik dan?
Gedachten duren maar even
en als ik wil weten waaraan ik denk,
is het verleden tijd
en weet ik het vaak niet meer.