Leuk als meer mensen deze blog lezen

DEEL deze BLOG a.u.b. op FACEBOOK of TWITTER.
Bedankt voor het lezen (en delen).

vrijdag

Memoires van een thuisloze (15)

Ik vroeg haar waar haar broertje gebleven was, maar dat was haar broertje niet, zei ze, maar een buurjongetje dat Daantje heette en ze vertelde er meteen bij dat ie ook een broertje had die niet mee durfde te komen, hoewel die veel groter was. Ik moet gewoon weer lachen als ik eraan terug denk. Daantje is nogal avontuurlijk, zei ze.
Ja, leuk he? Dat zei ze. Daantje was naar huis gegaan en het meisje wilde weten waar de visjes waren waar ik naar zat te kijken. Dus ik zei dat we dan stil en rustig moesten gaan zitten omdat ze geschrokken waren van ons. Komt dat kind me daar gewoon pal naast mij zitten daar langs die sloot. Ze begon wat verhalen te vertellen over dat ze thuis een aquarium hadden met neontetravisjes erin en dat ze die uit elkaar moesten houden omdat ze vochten en dan ging het ineens weer over haar vader die weleens karpers had gevangen en dat ze op een keer een vis van wel 7 centimeter in het aquarium hadden gedaan en dat die vis veel groter was dan de andere in het aquarium en dat die grotere vis de kleintjes pakte en dat ze hem toen bij de buurman in het aquarium hadden gedaan. Pff, ze kwebbelde maar door, maar ik vond het wel leuk, steeds leuker eigenlijk, zo’n onbekommerd kind en ik was op dat moment ook weer helemaal kind met mijn gekwetstheid en mijn boosheid op mijn vader en de stekelbaarsjes die me aan vroeger deden denken.
Vindt u het niet vervelend om doelloos over dit plein te lopen? Echt niet? Anders moet u het zeggen. Begrijpt u dat trouwens, dat ik weer kind was geworden? U kijkt anders dan eerst, alsof u een beetje bang bent voor wat ik verder ga vertellen. Daar moet ik toch wel even hartelijk om lachen. Jullie zijn allemaal hetzelfde, vrouwen nog veel erger dan mannen. Luistert u nu maar gewoon naar mijn verhaal.
Het meisje wees naar de plek waar de sloot de hoek om ging en de bodem omhoog kwam en droog viel en kwebbelde dat ze daar een keer ‘zo’n grote vis’ vast had zien zitten. De grootte van de vis die ze net als ik nu met twee handen aangaf, moest vijftien centimeter geweest zijn. Ze probeerde hem los te maken, maar het lukte niet. Maar gelukkig was haar opa er ook bij en die had een mes bij zich. De arme vis zat met zijn kieuw achter een rietstengel. Haar opa moest een heel klein stukje van zijn kieuw afsnijden en toen heeft hij ook de dierenambulance gebeld en die hebben hem weer beter gemaakt. En dan had ze het plotseling zonder overgang weer over stekelbaarsjes en riep ze dat ze er een zag. Ze wees zorgvuldig waar ik kijken moest. Ik moest naar haar overbuigen om langs haar gestrekte arm en vinger te kijken. Er was een klein wolkje blubber te zien. We zagen daarna een tijdje geen enkel diertje meer in het water, wel luchtbellen die uit de bodem ontsnapten en ze legde uit dat het ademhaling van kikkers was, die zaten in de blubber. Daarna hadden we het over  kikkervisjes, het voedsel van kikkers, kikkerdril, snoeken…

Vriendloos

Een tijdje terug nam ik een Facebook account omdat ik de vorderingen van de Indignados - de verontwaardigden - op hun mars van Madrid naar Brussel wilde volgen. Daarna dacht ik ach, het is wel leuk, dat Facebook. Vandaag las ik een artikel in dagblad Trouw dat me doet besluiten mijn Facebook account te verwijderen.

Het artikel is op de site van Trouw niet toegankelijk voor niet-abonnees, daarom plaats ik het integraal hier op mijn blog. Ik vind het een merkwaardige keuze van Trouw om het artikel niet vrij toegankelijk te maken. Dit is namelijk nieuws waar iedereen recht op heeft.

Lees het artikel hieronder en trek je eigen conclusie. Ik zal in elk geval voortaan Facebook-vriendloos door het leven gaan.

zondag

Trouw

Gisteren, een beloftevolle dag:
twee jonge mensen verbonden
zich in hun wheel of life.

Vandaag kijk ik naar buiten:
boomtakken wuiven levenslustig
met hun jonge dotjes groen naar mij.

De zon beschijnt wolken
die hem zojuist nog bedekten.
Andere wolken dreven,

andere tijden,
andere takken wuifden
met hun groentjes.

Andere rituelen.
waarmee anderen
hun jawoord gaven,

verklankt misschien in blauwe verten
verschaald dan toch als karma
nog aanwezig.

Trouw, bijwoord van belofte
voorbijwoord van geschiedenis.
Vandaag kan ik enkel blijven

naar buiten kijken:
het blad windstil nu,
bewegingloze wolken.

Afhankelijk van hoe ik kijk,
kan ik de bui zien hangen
of wuiven dat ie wel weer overdrijft.

maandag

Memoires van een thuisloze (14)

Masochistisch hield ik mezelf voor dat ik al zo eenzaam was in mijn huwelijk en dat het nooit anders geweest was bij mijn godsdienstwaanzinnige vader en mijn zwakbegaafde moeder en mijn veel oudere broers en zusters. Wat moest ik met mijn allerintiemste weggeduwd zijn? Waar kon ik terecht met mijn verzet dat niemand in mij kon lokaliseren? Waar met mijn allesverterende hartesmart, waar met mijn maag en mijn nieren en mijn middenrif die me eendrachtiglijk krampend lieten voelen dat ik een waardeloze sliert snot was? Ik wilde vermorzelen, verpulveren, vergruizelen, met mijn hoofd beuken tegen de elzenboom waaraan ik voorbijliep, beuken en blijven beuken, net zolang tot er een monster uit mijn hersens brak dat alsmaar groter groeide, de hele polder bedekte, zwart en gebobbeld. Maar het hielp allemaal niks, want onder de zwarte derrie stond ik daar nog en ik wilde wel wensen dat ik niet bestond of nooit geleefd had, maar dat had geen zin want God had mijn naam gegrift in de palm van zijn hand.

Als ik me een beetje laat gaan, moet u me dat maar vergeven, het was een zeer bijzondere dag. Ik was werkelijk aan het einde van mijn leven gekomen. Niet dat ik een zelfmoordplan had, zelfs daaraan was ik voorbij. Ik was murw, voelde me uitgekotst en wilde niets meer doen dan als zodanig zurig te blijven liggen en te stinken. Het is wel koud hè? Kom, laten we een beetje het plein op en neer gaan lopen.

Ik was bij een andere sloot aangekomen die uitliep op de sloot waar ik langs was gelopen. Daar ging ik in het gras zitten en staarde in het water. Er zwommen stekelbaarsjes, de liefde uit mijn kinderjaren. Ik ging ze vaak vangen, samen met mijn vaste basisschoolvriendje en dan deden we ze in een aquarium of in die metalen bak, weet u wel. Op dat moment hoorde ik kinderstemmetjes. In de verte naderden een meisje van een jaar of acht en een jongetje van een jaar of vijf. Ik had daar helemaal geen zin in. Toch bleef ik zitten, in verderlopen had ik ook geen zin. Toen ze bij me gekomen waren, vroeg het jongetje wat ik aan het doen was. Wat moest ik zeggen? Ik heb maar gezegd dat ik visjes aan het kijken was. Ze bevonden zich trouwens aan de overkant van de sloot. Het meisje stond te wikken of ze de sprong naar mijn kant zou wagen of niet, maar toen zei ze tegen het jongetje dat ze om gingen lopen. Ze wees in de richting waar het slootje onder een dam verdween. Daar renden ze heen, maar het meisje kwam even daarna als enige bij mij aan. Ze had een plastic bakje bij zich waar huzarensalade ingezeten had, ik zie het nog voor me. Er zat slootwater in met een paar waterplantjes. Verder had ze een kort stokje met een stukje plastic eraan.

Soms komen er in 'Memoires' elementen voor die ik overduidelijk heb ontleend aan belevingswerelden waarmee ik vertrouwd was of ben. Toch is dit absoluut een fictief verhaal.

zondag

Memoires van een thuisloze (13)

Hoe kwamen we hier ook alweer op? Oh ja, het ging over mijn vader die dacht mijn toekomst te mogen bepalen.  Als het erop aankomt is het zijn goed recht zou je zeggen, toch? Het was tenslotte zijn eigen sperma dat hij verschoot om mij te doen verschijnen van tussen de dijen van zijn vrouw. Ik was zijn greep op zijn toekomst die hem ontvlood, zoals dat bij ieder van ons het geval is. In het Oude Testament geeft de god van Israël aan mannen een nageslacht. Hoe meer kinderen en kleinkinderen en uiteindelijk nakomelingen een man had, hoe meer daaruit bleek dat zijn god hem zegende. Jammer voor u als vrouw, maar vrouwen hadden de bijrol dat zij mannen hun kinderen schonken, liefst zonen. Die god zat er ook helemaal niet mee om de misdaden van vaders te wreken op hun zonen. Als u hier terug blijft komen, zal ik u in dit verband nog een paar fantastische verhalen vertellen over een koning en een koningin uit het Oude Testament, verhalen die je daar vinden kunt, maar gedeeltelijk ook niet. Ze worden bewaard in de geheime archieven van het Vaticaan. Nee, niet nu, alles op zijn tijd.

Mijn honger naar vaderlijke erkenning voor mijn zelfgekozen levensweg was duidelijk een uiting van individualisme en wat is individualisme anders dan westerse verwarring? Mensen leven in familieverbanden sinds zij op de Afrikaanse Savannes verschenen, ze doen dat in veel culturen nog steeds. Meen ik dat ik voor mezelf leef? Wie heeft mij gewrocht dan? Juist. Waar haal ik dan de hoogmoed vandaan mezelf te willen zijn en erkend te willen worden en mij te willen ontplooien?  Waarom wil ik als een kalf of een zwanenjuveniel zijn? Zelfvernietiging is het. Sorry, ik zou een mooi verhaal vertellen.

Het lijkt me duidelijk: ik voelde me die dag gekwetst. Mijn vader had weer een van zijn zelfbevredigende preken afgestoken. Ik vroeg hem of hij eigenlijk wel wist wat ik geloofde, dacht en voelde? Dat interesseerde hem geen zier, zei hij. Punt. Dat was dat. Daar kon ik het mee doen. Ik was er tot in het diepst van mijn wezen gekrenkt over. Hoe oud ik toen was? Eh ja, een jaar of veertig of zo? Zoiets denk ik ja. Een volwassen man dus, dat hebt u scherp gezien. Maar ja, bent u al kind-af ten overstaan van uw ouders? Daar heb je die gekke menselijke gewoonte weer. We blijven kind zolang onze ouders leven. In al mijn boosheid en gekwetstheid als het kleine jongetje dat ik nog was, liep ik achter ons huis doelloos een eind de ruimte in over een zandpad met aan de ene kant een maïsveld en aan de andere kant een sloot.

Soms komen er in 'Memoires' elementen voor die ik overduidelijk heb ontleend aan belevingswerelden waarmee ik vertrouwd was of ben. Toch is dit absoluut een fictief verhaal.

zaterdag

Weten en wegkijken


Muur in Manila verdoezelt armoede
UIT TROUW REDACTIE ECONOMIE − 05/05/12, 00:00
Een tijdelijke muur die een sloppenwijk aan het zicht onttrekt heeft beroering veroorzaakt in de Filippijnse hoofdstad Manila. Daar zijn vertegenwoordigers van 67 landen bijeen voor een vergadering van de Aziatische Ontwikkelingsbank (ADB).
De instelling heeft als hoofddoel armoedebestrijding; des te pikanter dat de vergaderaars kennelijk geen blik is gegund op de bittere Filippijnse werkelijkheid, vinden critici. Ongeveer een op de drie inwoners van Manila woont in een sloppenwijk.
De omstreden muur staat langs de weg van het vliegveld naar het centrum van Manila.

- - -

Tot zover mijn citaat uit de krant van vandaag.
Mijn commentaar:

Sommig geloof is oncologeen en asensorisch.

Met oncologeen bedoel ik kwaadaardig en woekerend als kanker. Kwaadaardig omdat het slachtoffers eist. Woekerend omdat het doorgaat terwijl het al het andere om zich heen opvreet. Onder asensorisch versta ik dat het ongevoelig is voor signalen van buitenaf.

Het tijdperk waarin wij leven, wordt beheerst door asensorisch oncologeen geloof in economische wetten. De muur van Manila is hiervan wel een bijna onvoorstelbaar cynische illustratie.

De geestelijken van dit geloof zijn economen, financiële experts en andere geldwichelaars die hun profetieën verkondigen in praat- en achtergrondprogramma’s op tv, op opiniepagina’s in kranten en binnen de muren van universiteiten.

Je kunt nog zo’n witte boord met nog zo’n trendy stropdas aandoen en nog zulke ingewikkelde kul verkopen en jezelf en je ‘kerk’ zo doende mystificeren, geen enkel geloof of zelfs maar een enkel argument rechtvaardigt dat mensen verkommeren of creperen terwijl er voldoende op aarde is voor een menswaardig leven voor iedereen.

Iedereen weet dat ten diepste.
En dus kijken we weg.

Memoires van een thuisloze (12)

Vroeger wilde ik liever geen vriendjes thuis over de vloer hebben. Hij kon zo raar doen. Op een keer was ik met mijn beste vriend bij ons achter in de tuin een grote metalen bak aan het inrichten als sloot. We hadden stekelbaarsjes gevangen en we wilden graag dat ze zich thuis zouden voelen. Ineens kwam mijn vader naar buiten met uitpuilende ogen en gespreide armen en met het volume van een dorpsomroeper declameerde hij de bijbelse woorden van Jezus laat de kinderkens tot mij komen en verhindert ze niet, als een soort van relihumor, vermoed ik. Als kind in het bijzijn van je vrienden word je er in elk geval niet blij van. Ik schaamde me dood.

Mijn vader had voor mij een toekomst uitgestippeld ‘gelijk die van den apostel Paulus, verkondigende het Woord des Heeren’. Hij zag het al helemaal voor zich dat ik het evangelie zou gaan brengen naar de laatste onontdekte stammen in de oerwouden van Latijns-Amerika of dat ik ooit vrijmoedig midden op de Sodom-en-Gomorra-achtige Amsterdamse Wallen drugsverslaafden en hoerenlopers zou oproepen tot bekering. Ik kreeg van hem een boekje cadeau; het ging over ene dominee Wurmbrand die in de Sovjet-Unie was gemarteld om Christus’ wil. Dat was voor mijn vader het enige en ware heldendom. Hoon en gevaar voor eigen leven vanwege mijn inzet voor het Koninkrijk des Heeren zouden voor mij een heroïsche status moeten opbouwen. Hij zou uiteindelijk duizend maal duizendmaal trotser op mij zijn geweest als ik zou zijn gecrepeerd aan een kruis, erop gespijkerd door christenhaters, dan hij feitelijk was met de geloofsafvallige die hier tegenover u staat.
Ik ben het met u eens dat een vergelijking met verblinde moslims die hun kinderen laten behangen met bommen om zich ermee op een marktplein tot ontploffing te brengen gemakkelijk te maken is. In allebei zit een principe van zelfopoffering voor de godheid en het eraan gekoppelde heldendom van de martelarenstatus. U wilt daar nog even op doorgaan? Nou, als u het mij vraagt, zijn er ook belangrijke verschillen aan te wijzen. Ja, inderdaad, je laten kruisigen levert maar één dode op. En evangeliserende christenen gaan de straat niet op om dood en verderf te zaaien, dat is ook waar. Ze zijn er net als ontploffende moslims van overtuigd dat ongelovigen de hel verdienen, alleen verwachten ze de executie van het vonnis van Jezus, op de dag dat hij komen zal om over de levenden en de doden te oordelen. Zo staat het trouwens ook in de koran hoor, mensen kunnen met een gerust hart het beulswerk aan Allah overlaten, hij is daar net zo vindingrijk en pervers in als zijn christelijke collega. Van de andere kant.., er zijn ook maar zat christenen geweest die niet konden wachten tot taferelen zoals je die ziet op schilderijen van Hans van Memling of Jeroen Bosch werkelijkheid zullen worden. Ze hielpen net als moslimterroristen alvast medemensen om zeep op beschuldiging van ongelovigheid of ketterij of gewoon omdat het heidenen waren, dat was al reden genoeg. Ach, mevrouw, u kunt mij beter afstoppen als ik eenmaal op dit spoor zit.

Hans van Memling - Het laatste oordeel (1467-71) Bron: http://www.statenvertaling.net/kunst/grootbeeld/309.html















Soms komen er in 'Memoires' elementen voor die ik overduidelijk heb ontleend aan belevingswerelden waarmee ik vertrouwd was of ben. Toch is dit absoluut een fictief verhaal.