Filosofen als Derrida en natuurlijk mijn eigen
Merleau-Ponty hebben erop gewezen dat het niet zo is dat je eerst een gedachte
hebt en dat je daar als het ware in een split
second de passende woorden bij ‘zoekt’ en ‘vindt’. Neen, als er woorden
komen, dan zijn zij gedachten, er is nergens in mij een rangeerstation waar
losse elementen tot een gedachtentrein worden samengesteld.
Als wij van een kat of een hond zeggen dat het dier dit of dat ‘denkt’,
dan doen we dat in mensvormige termen. Die beesten hebben geen woordtaal zoals
wij. Mochten ze al ‘denken’ dan is dat een vreemd proces voor mij, als van
aliens.
Iedere morgen ‘denken’ mijn katten weer iets dat hen voor de deur
brengt waarvan ze ‘weten’ dat die open zal gaan, waarna ze brokken krijgen.
Mensentaal is gewoonweg ongeschikt om te verwoorden wat er werkelijk
in die dieren omgaat. We hebben geen woorden die ladingdekkend over het
verschijnsel gaan dat we zoeken te beschrijven. We kennen het ‘denken’ van
dieren niet. In ons is er geen gedachte voor en dat is hetzelfde als ‘we hebben
er geen woorden voor’.
Misschien dat hij of zij die woordenloos leert denken ooit woorden
vindt die passen bij het ‘denken’ van katten en honden.