Leuk als meer mensen deze blog lezen

DEEL deze BLOG a.u.b. op FACEBOOK of TWITTER.
Bedankt voor het lezen (en delen).

donderdag

Levensloop

Ervaren, wensen, ervaren,
weerbarstig, te weerbarstig.
Bijstellen, wensen, ervaren,
weerbarstig, te weerbarstig.
Ad infinitum.

dinsdag

Carnavalstijd



Zie hoe die specht weer in de boom hangt:
De kleine bonte timmerman
ontschorst een tak, waarschijnlijk vangt
ie torretjes, hij smult er lekker van.

Het beestje wipt en draait zich in zijn vlijt:
Het zal vroeg donker zijn vandaag.
De dag is grijs, hij zoekt profijt,
heel wat anders dan een tak omlaag.

Daar zit een bolle vink te chillen:
Okerkleurig verenpakje.
Niks niet stressen, honger stillen.
Poetst relaxed zijn snavel aan een takje.

Ik ben ziek en daardoor heb ik zeeën
tijd om ook nog mezen, kauwen,
eksters, merels, hordes spreeuwen
en tortelduiven te aanschouwen.

Ziektetijd is toeval,
mijn baas noemt het uitval,
typisch een griepaanval,
(dedjú,)
't is wel juist carnaval.

donderdag

Verlangen


Verlangen: onbehagen dat het duurt
Verheugen: vreugde dat het komt
Verrassen: genoegen scheppen in haar nieuwsgierigheid en genieten van haar blijde verbazing

dinsdag

Niet gestelde vragen aan een gedreven wereldontdekker

Niet gestelde vragen aan een gedreven wereldontdekker (elke meter wil, moet, zal hij voelen):

1.
Denk je dat het mogelijk is om zonder ingrijpen naar mensen te kijken? Ik bedoel: zonder invalshoek te kiezen, aan je lens te draaien, met lichtinval te goochelen of de foto achteraf te bewerken? Dat mensen gewoon zouden mogen zijn wie ze zijn, zonder frame waarin ze zouden moeten passen? Of is dat onmogelijk, denk je?
Ik vraag het jou, jij zelfbenoemde vrijbuiter. Je bent geen burger-, maar een gast van de wereld en zo wens je de wereld te zien, zeg je. Je hebt inderdaad ontzettend veel en wereldwijd gekeken, ook naar mensen. En wat zie je, vrijbuiter, wat zie je in het frameloze kader?

2.
Kun jij je voorstellen dat iemands gedrag geen daad is? Dat een persoon iets doet, gewoon omdat hij of zij het doet, zonder doel, zonder ideaal, zonder opdracht?

zaterdag

Het klokhuis van de paradijselijke appel

Deze tekst is de meest geïnspireerde die ik ooit schreef.
Hij gaat over het verhaal waarmee ik werd opgevoed.
Een verhaal van hel en hemel en een wrekende God.
Maar ook over het verhaal van mijn overwinning.

Het is een lange tekst voor een blog als deze.
Ik heb getwijfeld: zal ik 'm knippen?
Dat zou hetzelfde zijn als een schilderij doormidden snijden
om het in twee musea tegelijkertijd te exposeren.

Kom, laat je nou 's vallen
in de diepte, peilloos, ijl
van wat niemand weet.
Ga voor mijn part naar de hel,
lijd de niet te stelpen smarten,
ween de tranen
van een ongeneeslijk zieke geest.
Laat voor één keer nou eens los
waarvan jij denkt
dat het de waarheid is.
Daal met Dante af
in de Buitenste Duisternis;
waar de worm niet sterft,
waar het vuur niet dooft,
waar wening is
en knersing der tanden:
De Eeuwige Verdoemenis.

Vandaag liet ik mij meevoeren
in een voorstelling van de hel.
Ik was er eeuwig.
ik kon geen zelfmoord plegen
want ik was al dood.
Mijn pijn kon ik niet buitensluiten,
ondraaglijk was mijn lijden.
Ik gilde, krijste, kermde het uit.
Het afschuwelijkst van dit alles was
dat het nooit meer op zou houden
en dat ik dat wist.
De vlammen likten aan mijn lijf
terwijl ik niet verbrandde
en toch de pijn voelde
die dwars door mij heen ging.
In mijn buik daar was de worm
een monsterachtig diertje
dat zich niet alleen aan 't halfverteerde voedsel
maar ook aan mijn darmen zelf tegoed deed.
Spastische krampen stuipten door mijn lichaam
en nimmer kwam verlossing
door een spetterende diarree.
En dan was daar nog de stem die galmend
aldoor in mijn hoofd sprak.
De stem van wroeging,
de stem van spijt,
de stem van nooit meer,
nooit meer is het tijd,
want dit, mijn lieve jongen,
is de eeuwigheid.

Dit is de wereld van mijn vader.
Dit is de wereld van zijn god.
Dit is de genadeloze neerslag
voor een ieder die met Hem spot.

Maar alzoo lief heeft God de wereld,
dat Hij Zijn eenig geboren Zoon geeft,
opdat een ieder die in Hem gelooft
niet in de hel maar in de hemel leeft.

Ach, ik heb niet
dan menselijke vermogens
en met die begrijp ik niet
en kan ik ook niet vatten
wat dit voor redeloze
redenering is.
Zelfs toen ik in de hel was,
drong nog tot mij door
dat aan wraak en bloeddorst
in een geest die weet van liefde
ooit een maat van vol bereikt wordt,
de straffende hand weer strijkt over het hart.
Een god die nooit genoeg krijgt,
maten stelt aan zijn genade,
is geen god van liefde.
In zijn zogenaamde eigen boek
wordt toch verteld van liefde
die het kwaad niet aanrekent
en verdraagzaam is met alles?
Hij, die zijn eigen eerzucht
boven het geluk en de belangen stelt
van mensen die hij zegt lief te hebben,
het zou best eens kunnen wezen
dat hij ergens ook bestaat,
dat hij werkelijk de
onvermijdelijke omega is,
het begin en einde,
oorzaak,
doel.
Dat mijn lot dus ligt
in wat Hij in Zijn plan
van den beginne heeft beslist.
Dan heeft verzet geen zin,
dan is het pleit beslecht.

Eén ding echter
moet mij dan van 't hart:
'Waarom God, oh waarom,
gaf u mij niet
van meet af het verstand
waarmee ik kan begrijpen
de werken van uw hand?

Met deze woorden aanvaard ik dan tenslotte
dat ik met mijn menselijke maat
te klein ben om te meten,
dat ik te blind ben om te zien.
Nu begrijp ik pas de woorden van Pascal;
"De mens, hij is een denkend riet".

Ik sta hier met gebalde vuisten,
zit rechtop in mijn bed
en daag Hem uit.
Maar ach,
het zuchten van de wind
is niet voorbij nog,
of ik ben er al niet meer.

Ergens ben ik dus geborgen
in een overmaat van groot.
Hoe ik steeds ook zit te drammen,
deze bas dreunt drenzend door.
De grondtoon van een omgevallen standaard,
het plaveisel van een onbegaanbaar pad.
Niet met de moed der wanhoop,
met de hoop van lang gesmolten moed.

Duizelig kijk ik in de afgrond.
Ik weet niet of ik vrees of wil.
Maar ja, ik ben allang gevallen
met mijn allereerste vraag
bij de wegen van de Heere.
Gegeten heb ik
van de appel
gevreeën heb ik
met de slang.

Hij dreef den mens uit; en stelde cherubim tegen het oosten des hofs van Eden, en een vlammig lemmer eens zwaards, dat zich omkeerde, om den weg te bewaren van den boom des levens.

Ik zie dat het goed is.
Het is avond geweest en het is nacht geworden.
Ik ben gegaan door de hellen van de Heer.
Verdreven ben ik
uit de hoven,
de parken
met de aangeharkte paden.

De zon is opgegaan als rood
in een modderige sloot.
Achter mij gelaten
de dienst aan de Heer,
de dienst aan alle heren.
Het natte, koude gras
ligt aan mijn blote voeten;
het groeit waar ik het zal vertreden.
De wind trekt zo zijn strepen
langs een ranke, blauwe lucht;
ze wijzen in een richting.
De zon brandt onbarmhartig
totdat de vogel is gevlogen
en de wolken zijn verdampt.
Heel het bos staat nu te zwijgen.

Ik gooi het klokhuis weg.

woensdag

Vrede


Bijbels beeld van vrede:
"En zij zullen zitten, ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgenboom".
± 400 v. C.

Hedendaags beeld van vrede:
Ik zit hier op de bank,
onze aan komen lopen zwerfkat
spinnend tegen mij aan.
In mijn blikveld
kale kruinen
van bomen, mosgroen,
sneeuwwitscherp omgeven.
Ontbijt staat op tafel, ik ruik
versgebakken broodjes
met boerenomelet.
De verwarming staat aan.
± 2000 n. C.

maandag

Postmodernisme




Al het contact dat hij heeft
met zowel zijn omgeving
als zijn eigen herinneringen
heeft slechts die ene betekenis:

in hoeverre heeft het 
waarheidswaarde?




Als dan de deur zich opent
hij vol schroom de lege 
ruimte binnen schuifelt
waar het donker is
behaaglijk warm toch
wijkt van hem zijn Rede
en dwaalt hij zonder
zich ook maar een tel
verloren te voelen.

Achter hem slaat de deur

ritmisch rukken van de wind
zijn voeten vervoeren hem
hij danst een blinde kür.

De last van de Verlichting

is van hem afgegleden
hij maakt een pirouette
valt en voelt zich vrij.