Wanneer ik fouten maak,
is het vervelend en onaangenaam
ze toe te geven.
Vergeleken bij een stier
die na dooddrukken doorgraast of
een mug die na bloedzuigen danst.
Ga ik te biecht bij dupelingen,
geef hen een zwaard,
offreer mijn nek.
Met een beetje geluk
voelen zij kolen
gloeien op hun eigen hoofd.